
Joop
Stotijn schoonspringafdeling van DSZ
HOMEPAGE - INDEX PAGINA SCHOONSPRING REGLEMENT
REGLEMENT ARTIKEL F16
naar
artikel F15 naar artikel F17
Opgenomen
in artikel F 16 beoordelingsmethode zijn :
F16.1 Algemene aanwijzingen
F16.2 Beoordelen bij individuele wedstrijden
F16.3 Beoordelen bij wedstrijden synchroonspringen
F16.4 Score berekening bij individuele wedstrijden
F16.5 Score berekening bij wedstrijden
synchroonspringen
Artikel F16 Beoordelingsmethode
16.1.1 De lijst
met juryleden bevat de namen van de scheidsrechter en de beoordelaars. In
voorkomende gevallen worden hier de assistenten en hulpscheidsrechter aan
toegevoegd.
16.1.2 Wanneer
een beoordelaar tijdens een wedstrijd niet langer in staat is te jureren moet
hij door een andere beoordelaar worden vervangen.
16.1.3 De
wedstrijdresultaten worden bijgehouden door het jurysecretariaat. Bij
belangrijke wedstrijden zal het jurysecretariaat uit twee onafhankelijk van
elkaar werkende secretariaatsgroepen bestaan.
16.1.4 Na iedere
sprong tonen de beoordelaars na het signaal van de scheidsrechter onmiddellijk,
op eenduidige wijze en zonder onderling overleg duidelijk hun cijfer. Vervolgens
worden de jurycijfers één voor één door of namens de scheidsrechter
voorgelezen in een vaste volgorde.
16.1.5 Bij het
synchroonspringen worden eerste de cijfers voor de uitvoering van de sprong
omgeroepen en vastgelegd gevolgd door de cijfers voor de synchroniteit.
16.1.6 Indien
gebruik wordt gemaakt van een elektronisch scoresysteem zullen de beoordelaars
direct nadat de sprong is uitgevoerd hun cijfer intypen in het systeem.
16.1.7 De
cijfers worden getoond op een scorebord dat bij voorkeur niet zichtbaar is voor
de beoordelaars.
16.1.8 De eerste
secretaris (secretariaatsgroep) noteert de jurycijfers op de springlijsten zoals
die door de scheidsrechter of de omroeper worden opgelezen en noteert deze.
Wanneer een computer en een scorebord worden gebruikt, is de mondelinge
opsomming van de cijfers niet noodzakelijk. In dat geval zal het secretariaat
de cijfers direct van de monitor overnemen.
16.1.9 De tweede
secretaris (secretariaatsgroep) noteert de cijfers op de springlijsten zoals die
door de beoordelaars worden getoond. Wanneer een computer wordt gebruikt om de
score vast te stellen, zal de tweede secretaris (secretariaatsgroep) de cijfers
direct van een monitor overnemen.
16.1.10 Teneinde
het rekenen te vereenvoudigen mag een computer, een rekenmachine of rekentabel
worden gebruikt. Indien een computersysteem wordt gebruikt voor het registreren
van de scores zal de tweede secretaris (secretariaatsgroep) zich beperken tot
het vastleggen van de jurycijfers.
16.1.11 Aan het einde van de wedstrijd worden per springer de puntenaantallen van de sprongen bij elkaar opgeteld. De puntentotalen van alle springers en de volgorde, waarin ze zich hebben geplaatst, worden door de scheidsrechter of de omroeper bekend gemaakt.
16.2.1 Voor elke
individuele wedstrijd worden 5 beoordelaars opgesteld.
In speciale gevallen kan het bondsbestuur toestaan, dat de jury uit een
minimum van 3 beoordelaars, desgewenst de scheidsrechter inbegrepen, is
samengesteld. Er kan worden gekozen voor 7 juryleden.
16.2.2 De
beoordelaars waarderen de sprongen naar eigen inzicht in overeenstemming met de
kwalificaties van de onderstaande tabel, waarvan de cijfers met halve punten
opklimmen van 0 t/m 10:
- geheel mislukt
0
punten;
- onvoldoende
½ - 2
punten;
- gebrekkig
2½ - 4½ punten;
- voldoende
5 - 6
punten;
- goed
6½ - 8
punten;
- zeer goed
8½ - 10
punten.
16.2.3 Elke
sprong wordt door de springers zelf uitgevoerd zonder hulp van buitenaf. Hulp en
instructie is toegestaan in de tijd tussen twee sprongen en voorafgaande aan de
eerste sprong.
16.2.4 Beoordeeld worden de techniek en de sierlijkheid
van:
- de aanvangshouding;
- de aanloop;
- de afzet;
- de vlucht;
- het induiken (de 'landing').
16.2.5 Een beoordelaar mag uitsluitend de techniek en de
uitvoering van een sprong beoordelen, d.w.z. niet het komen tot de
aanvangshouding, de moeilijkheid van de sprong en alles wat onder de
waterspiegel gebeurt.
16.2.6 Indien een beoordelaar van mening is, dat een andere
sprong werd uitgevoerd dan was aangekondigd mag hij 0 punten geven, ook al keurt
de scheidsrechter deze sprong niet af.
16.3.1 Bij het
synchroonspringen wordt de technische uitvoering van de individuele sprongen en
de synchroniteit van de springers in de uitvoering van de duosprong beoordeeld.
16.3.2 Alle
criteria voor het individuele springen zijn in beginsel ook van toepassing op de
technische uitvoering van de sprongen bij synchroonspringen.
16.3.3 Voor elke
wedstrijd synchroonspringen worden 9 beoordelaars opgesteld. Het bondsbestuur
kan toestaan dat 7 beoordelaars, desgewenst de scheidsrechter inbegrepen, worden
opgesteld. 4 juryleden zullen uitsluitend de uitvoering van de sprongen en de
overige juryleden zullen uitsluitend de synchroniteit beoordelen.
16.3.4 Twee van
de beoordelaars, die aangewezen zijn voor de uitvoering van de sprongen,
beoordelen de ene springer en de andere twee beoordelaars de andere springer.
16.3.5 De
beoordelaars voor de uitvoering van de sprong beoordelen uitsluitend de techniek
en de uitvoering van de sprong van één springer en niet van beide springers.
De synchroniteit van de duosprong dient buiten beschouwing te worden gelaten.
16.3.6 De
beoordelaars voor de synchroniteit van de springers beoordelen het totaalbeeld
van de gelijktijdige verrichtingen van beide springers. De uitvoering van elk
van de individuele sprongen dient buiten beschouwing te worden gelaten. Bij het
beoordelen van de synchroniteit moet
worden gelet op:
- de aanloop;
- de afzet, inclusief de overeenkomst in hoogte;
- de harmonie en gelijktijdigheid van bewegingen tijdens de vlucht;
- de overeenkomst in de hoeken waaronder wordt geland;
- de vergelijkbare afstand tot de springplank c.q. het platform van de landing;
- de gelijktijdigheid van de landingen.
16.3.7 De
beoordelaars voor de synchroniteit waarderen de sprongen naar eigen inzicht
volgens onderstaande tabel, waarvan de cijfers met halve punten opklimmen van 0
tot en met 10:
falende synchroniteit
0
punten
onvoldoende synchroniteit
½-2
punten
matige synchroniteit
2½-4½
punten
voldoende synchroniteit
5-6
punten
goede synchroniteit
6½-8
punten
zeer goede synchroniteit
8½-10
punten
16.3.8 Wanneer
elk cijfer voor synchroniteit 0 punten is, verklaart de scheidsrechter de
duosprong “geheel mislukt”.
16.3.9 Indien
voor één van beide springers het cijfer voor de uitvoering van beide
beoordelaars 0 punten is, verklaart de scheidsrechter de duosprong “geheel
mislukt”.
16.3.10 Indien
één van beide springers het wateroppervlak raakt voordat de andere springer
loskomt van de plank of het platform, verklaart de scheidsrechter de duosprong
"geheel mislukt".
16.3.11 Iedere
beoordelaar voor synchroniteit zal naar eigen inzicht ½ tot 2 punten in
mindering brengen indien de synchroniteit wordt doorbroken in:
- de aanvangshouding, de aanloop, de afzet en hoogte van de beide sprongen;
- de gelijktijdigheid en gelijkvormigheid van bewegen tijdens de vlucht;
- de overeenkomst van de hoeken waaronder wordt geland;
- de vergelijkbare afstand van de landing tot de
springplank c.q. het platform;
- de
gelijktijdigheid van de landingen.
16.4.1 De
secretarissen (secretariaatsgroepen) zullen het hoogste en het laagste cijfer
schrappen. Wanneer er van het hoogste of laagste cijfer twee of meer zijn,
vervalt slechts één daarvan.
16.4.2 Onafhankelijk
van elkaar tellen de secretarissen de overgebleven cijfers op en
vermenigvuldigen de uitkomst hiervan met de moeilijkheidsfactor, hetgeen het
puntenaantal oplevert voor de uitgevoerde sprong.
16.4.3 Bij
wedstrijden met 7 beoordelaars worden de twee hoogste en de twee laagste cijfers
geschrapt om zodoende tot een puntenaantal te komen, dat vergelijkbaar is met
dat van wedstrijden met 5 beoordelaars. Wanneer er van de te schrappen hoogste
of laagste cijfers drie of meer zijn, vervallen er slechts twee daarvan.
16.4.4 Wanneer
een beoordelaar doordat hij onwel is geworden of door andere onvoorziene
omstandigheden verzuimt een bepaalde sprong te beoordelen, wordt het gemiddelde
cijfer van de andere beoordelaars afgerond op het dichtstbijzijnde halve of hele
punt, aangenomen als het
ontbrekende cijfer. Indien dit gemiddelde cijfer precies op de decimalen 0,25 of
0,75 uitkomt, wordt dit naar boven afgerond op een half of heel punt.
16.5.1 De
secretarissen (secretariaatsgroepen) zullen het hoogste en laagste cijfer voor
de uitvoering van de sprong en eveneens het hoogste en laagste cijfer voor de
synchroniteit schrappen. Bij 7 beoordelaars worden alle cijfers voor de
synchroniteit vastgehouden. De scheidsrechter dient er bij het oplezen zorg voor
te dragen dat duidelijk is welke van de cijfers voor de synchroniteit gelden.
16.5.2 Wanneer
er van het te schrappen hoogste of laagste cijfer voor de uitvoering van de
sprong twee of meer zijn, vervalt slechts één daarvan. Wanneer er van het te
schrappen hoogste of laagste cijfer voor de synchroniteit twee of meer zijn,
vervalt slechts één daarvan.
16.5.3 Wanneer
een beoordelaar doordat hij onwel is geworden of door andere onvoorziene
omstandigheden, verzuimt een bepaalde sprong te beoordelen, wordt het cijfer van
respectievelijk de andere beoordelaar voor de uitvoering van dezelfde springer,
of het gemiddelde cijfer van de andere beoordelaars voor de synchroniteit,
afgerond op het dichtstbijzijnde halve of hele punt, aangenomen als het
ontbrekende cijfer. Indien het gemiddelde cijfer precies op de decimalen 0,25 of
0,75 uitkomt wordt het naar boven afgerond op het dichtstbijzijnde halve of hele
punt.
naar
artikel F15 naar artikel F17
( Disclaimer : De op deze site opgenomen teksten zijn afkomstig uit het schoonspring-reglement van de
KNZB. Hoewel de tekst met de grootste zorg is samengesteld en naar beste weten van de
webmaster geen fouten bevat is de tekst in het reglementen
boek van de KNZB leidend. De KNZB is niet verantwoordelijk voor de op deze site
gepubliceerde teksten)
©HMJD/01-01-2006